DOSSIER KERNWAPENS

DOWNLOAD BROCHURE

voorpaginakernwapenbrochure

KERNWAPENS: IMMOREEL EN ILLEGAAL

Kernwapens zijn de meest destructieve wapens ooit ontwikkeld. Ze inzetten, of daarmee dreigen, is illegaal volgens internationaal recht. Het Non-Proliferatieverdrag (NPT) verplicht de kernwapenstaten om te ontwapenen. Toch hebben negen landen samen nog steeds zo’n 23.000 kernwapens.

De meest vernietigende wapens ooit ontwikkeld.

Kernwapens halen hun enorme explosiekracht uit de energie die vrijkomt uit een kernreactie: een proces waarbij de samenstelling van atoomkernen verandert en de energie die in die kernen opgeslagen is, wordt vrijgelaten.

De eerste kernwapens werkten op basis een kettingreactie van de splitsing van atoomkernen (van plutonium of verrijkt uranium). Zo’n kettingreactie gebeurt ook in kerncentrales, maar dan gecontroleerd. In modernere kernwapens wordt dit kernsplitsingsproces gebruikt als een eerste trap om een kernfusieproces op gang te brengen. Hierbij worden lichte kernen van waterstof-atomen bij elkaar gevoegd tot zwaardere kernen, waarbij een nog immensere hoeveelheid energie vrijkomt.

Uit een relatief kleine hoeveelheid materiaal komt op die manier een enorme hoeveelheid energie vrij. De B-83 bijvoorbeeld, een kernbom van weinig meer dan 1000 kilo, heeft een potentiële kracht die overeenkomt met 1,2 miljoen ton TNT.

Op basis van de kracht van kernwapens wordt een onderscheid gemaakt tussen tactische en strategische kernwapens. Strategische kernwapens hebben een enorme explosiekracht en zijn bedoeld om, in geval van een aanval of een oorlog, de belangrijke strategische doelwitten van de tegenstander te vernietigen: van militaire beslissingscentra, nucleaire arsenalen en luchthavens tot hele steden. Ze moeten dus een aanval afschrikken of in een oorlog de aanvalscapaciteit van de vijand vernietigen. Tactische kernwapens zijn minder krachtig en bedoeld om als aanvalswapen in te zetten op het slagveld zelf, dus samen met conventionele wapens. Toch is het onderscheid tussen beide niet zwart-wit: sommige tactische kernwapens hebben een explosiekracht tot enkele honderden kilotons, vele malen meer dan de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima.

Wat gebeurt er als een kernwapen wordt ingezet?

Kernwapens zijn geen wapens als andere. Het zijn de meest krachtige, de meest vernietigende massavernietigingswapens die ooit ontwikkeld werden. De effecten ervan zijn noch in ruimte, noch in de tijd te controleren en treffen zonder onderscheid zowel burgers als militairen. De bombardementen op Nagasaki en Hiroshima in 1945 geven een aanduiding van wat er gebeurt als een kernwapen wordt gebruikt.

De ontploffing van een kernwapen heeft om te beginnen een enorme schokgolf tot gevolg. Gebouwen en infrastructuur binnen een straal van kilometers worden met de grond gelijk gemaakt. Duizenden mensen worden gedood door de explosie, komen om in instortende gebouwen, verminkt door rondvliegend puin.

Tegelijk ontstaat een enorme hitte (tot ca. 4000°C). Alles in het epicentrum van de ontploffing verdampt onmiddellijk. Tot ver in de omgeving veroorzaakt de intense hitte ernstige brandwonden. . In combinatie met de schokgolf doet de hitte vele branden ontstaan die zich tesamen tot een echte vuurstorm kunnen ontwikkelen. Wie in schuilkelders bescherming zoekt, wordt letterlijk doodgekookt of stikt bij gebrek aan zuurstof.

Een derde onmiddellijke effect is de nucleaire straling. Duizenden mensen in Hiroshima en Nagasaki stierven als gevolg van stralingsziekte. Acute stralingseffecten hielden tot vier maanden na het bombardement aan.

Een later optredend effect is de fall-out of straling ten gevolge van neerdalende radio-actieve deeltjes. Komen de radio-actieve deeltjes in de stratosfeer terecht, dan worden de deeltjes door de wind wereldwijd verspreid en dalen ze neer in de volgende weken en maanden. Dit komt voor bij een explosie op grote hoogte en bij bommen waarbij de vuurbal hoog opstijgt. Wanneer de vuurbal niet zo hoog opstijgt dan gebeurt de fall-out lokaal en begint ze reeds na een half uur tot enkele dagen na de explosie.

In Hiroshima stierven ca. 80.000 van de 250.000 inwoners onmiddellijk. Vijf maanden later waren nog eens 60.000 mensen overleden. Nog altijd leven mensen met de medische gevolgen van de bombardementen meer dan 60 jaar geleden.
Kernwapens hebben ook een groot effect op het leefmilieu. Ze doden niet alleen mensen maar vernietigen letterlijk alles, dus ook de leefomgeving. De gevolgen op langere termijn kunnen even moordend zijn als de kernexplosie zelf. Bij het gebruik van een hele reeks kernwapens kan de invloed op het klimaat en de atmosfeer enorm zijn. In de jaren ‘80 waarschuwden wetenschappers voor het ontstaan van een nucleaire winter na een kernoorlog. Door de atmosferische gevolgen zou de temperatuur op de aarde met 10 tot 40 graden dalen. Een massale kernoorlog zou bijgevolg van de aarde een onbewoonbare plaats maken. De inzet van alleen al de Amerikaanse kernwapens gestationeerd in Europa, circa 250 kernbommen, is voldoende om een nucleaire winter te veroorzaken.

Kernwapens zijn illegale massavernietigingswapens
Op 8 juli 1996 oordeelde het Internationaal Gerechtshof van Den Haag, op vraag van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, dat “de dreiging met of het gebruik van atoomwapens in het algemeen strijdig zijn met de internationale rechtsregels vervat in het oorlogsrecht en meerbepaald de principes en regels van het humanitair recht.”

Het Hof beargumenteerde haar uitspraak onder andere op het feit dat bij kernwapens zonder onderscheid militairen én burgers treffen. Bovendien kunnen de effecten van kernwapens noch in ruimte, noch in tijd begrensd worden. Daardoor wordt het neutraliteitsprincipe met de voeten getreden: ook neutrale landen kunnen immers slachtoffer worden van de gevolgen van kernwapens.
Totale nucleaire ontwapening is een wettelijke verplichting

De rechters van het Internationaal Gerechtshof spraken zich ook unaniem uit over de betekenis van artikel VI van het Non-Proliferatieverdrag (NPT). Daarin verbinden de lidstaten van het verdrag zich er toe “te goeder trouw onderhandelingen te voeren over effectieve maatregelen om de nucleaire wapenwedloop op korte termijn te stoppen en over nucleaire ontwapening, alsook over een verdrag voor algemene en volledige ontwapening”.
Jarenlang hebben de kernmachten en hun bondgenootschappen geargumenteerd dat ze niet in overtreding waren met dit artikel, omdat ze geregeld onderhandelden over kernwapenbeheersing (bv de SALT-akkoorden, INF-verdrag,…). Het overgrote deel van NPT-lidstaten vonden echter dat de kernmachten nooit echt aanstalten hebben gemaakt om alle kernwapens te elimineren, en dat ze dus in overtreding waren met het verdrag.
Het Internationaal Gerechtshof hakte de knoop definitief door en oordeelde dat Artikel VI meer is dan een vage belofte. De rechters waren unaniem van mening dat Artikel VI de expliciete verplichting oplegt om via onderhandelingen tot een totale nucleaire ontwapening te komen. Onderhandelen over de reductie van het aantal kernwapens op zich is niet voldoende. Deze onderhandelingen moeten tot resultaat leiden, namelijk de volledige eliminatie van alle atoomwapens. Deze uitspraak impliceert dat alle landen die niet betrokken zijn bij dergelijke onderhandelingen, hun internationale verplichtingen niet nakomen.

Welke landen hebben kernwapens?

Na de VS ontwikkelden Rusland, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk kernwapens. Sinds het Non-Proliferatieverdrag (dat de verdere verspreiding van kernwapens moet tegengaan) in 1970 van kracht werd, verwierven ook Pakistan, India en Israël kernwapens. Die laatste landen hebben het verdrag nooit ondertekend. Israël heeft nooit officieel toegeven dat het over kernwapens beschikt. Noord-Korea voerde in 2006 een eerste kernproef uit. Vermoedelijk beschikt het over een 10-tal kernwapens.

Kernwapenarsenalen 2009

geschat aantal kernwapens

Rusland

13000

VS

9400

Frankrijk

300

China

240

Verenigd Koninkrijk

185

Israël

80

Pakistan

70-90

India

60-80

Noord-Korea

<10

totaal

23.375

Bron: Federation of American Scientists, www.fas.org

Negen landen hebben samen zo’n 23.000 kernwapens. De VS en Rusland zijn absolute koplopers, goed voor samen circa 95% van het totale aantal kernwapens. Sinds het hoogtepunt van de Koude Oorlog is het aantal totale aantal kernwapens sterk teruggebracht, maar nog steeds is een kleine fractie van het bestaande kernwapenarsenaal voldoende om de wereld verschillende malen te vernietigen.

Kernwapens in België

Officieel wordt “noch bevestigd, noch ontkend” dat in België kernwapens liggen, maar intussen is het een publiek geheim dat op de luchtmachtbasis van Kleine Brogel een 20-tal B61-kernwapens gestationeerd zijn. De B61 is een zeer moderne nucleaire vliegtuigbom met vier fl exibel instelbare explosieniveaus tussen de 0,3 en de 170 kiloton. Eén enkele B61 heeft een potentiële vernietigingskracht van 14 keer de atoombom op Hiroshima.

Het zijn Amerikaanse kernwapens, hier gestationeerd in het kader van de nucleaire strategie van de NAVO. Ze worden bewaakt door Amerikaanse soldaten, maar Belgische F-16 piloten worden getraind om ze te in te zetten.

De kernbommen liggen opgeslagen in 11 ondergrondse WS3-bunkers (Weapons Storage &

Security System). Deze bunkers bevinden zich onder de gewelfvormige hangars van de F16’s. Elke WS3-bunker kan 4 kernbommen huisvesten, wat theoretisch een totale capaciteit van 44

kernbommen oplevert. De kernwapens staan onder toezicht van 110 Amerikaanse soldaten van het 52ste MUNSS (Munition Support Squadron), maar het zij n Belgische piloten die met hun Belgische F16-toestellen opgeleid worden om in oorlogstijd deze nucleaire massavernietigingswapens af te gooien.

NAVO-kernwapens

NAVO staat voor Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Offi cieel werd zij opgericht in 1949, na de Tweede Wereldoorlog. Tien West-Europese landen verenigden zich samen met Canada en de VS, los van de Verenigde Naties, in één militaire alliantie en maakten afspraken om gezamenlij k het grondgebied van de lidstaten te verdedigen – bewapend met kernwapens.

Vijf Europese landen – België, Duitsland, Italië, Nederland en Turkij e – herbergen 150 à 240 Amerikaanse kernwapens op basis van de “nuclear sharing” akkoorden van de NAVO. Meer dan 40 jaar geleden maakten deze landen afspraken met de VS over “nucleaire samenwerking”.

Voor het gebruiken van de kernwapens heeft de NAVO sinds 2000, onder invloed van de VS, een nieuwe strategie goedgekeurd. Die laat toe dat kernwapens worden ingezet tegen staten die zelf geen kernwapens hebben.

Volgens de NAVO zorgt de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Europa voor een essentiële politieke en militaire band tussen de Europese en Noord-Amerikaanse NAVO-leden en voor een gezamenlij k dragen van de lasten en de risico’s.

Wie beslist over de NAVO-kernwapens?

De politieke besluitvorming in verband met de nucleaire strategie van de NAVO gebeurt in het hoofdkwartier in Brussel door de Noord-Atlantische Raad en de Nuclear Planning Group. De militaire besluitvorming van de NAVO gebeurt in SHAPE, de ‘Supreme Headquarters of the Allied Powers in Europe’ in Bergen.

In de Noord-Atlantische Raad worden alle belangrijke beslissingen genomen zoals de goedkeuring van het Strategisch Concept, de politieke leidraad van de NAVO. Deze Raad bestaat uit een vertegenwoordiger per land. Soms is dat het staatshoofd of een minister, zoals tijdens de topontmoetingen, maar meestal zijn het de permanente vertegenwoordigers of NAVO-ambassadeurs.

De nucleaire politiek wordt bepaald in de Nuclear Planning Group, dat op hetzelfde niveau staat als de Noord-Atlantische Raad en op een vergelijkbare manier functioneert. Elk van deze besluitvormingsorganen wordt ondersteund door een hele reeks comités en werkgroepen, waarin het voorbereidend werk gebeurt. De NAVO-lidstaten zijn alle in deze comités vertegenwoordigd. Het geheel wordt ondersteund door de Internationale Staf onder leiding van de Secretaris-Generaal.

Waarvoor wil de NAVO zijn kernwapens gebruiken?

De NAVO beschouwt kernwapens nog steeds als hoeksteen van zijn militaire strategie. Volgens het huidige Strategisch Concept, goedgekeurd in 1999, blijft “de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Europa noodzakelijk voor de veiligheid van Europa” (par. 42) Het doel van de NAVO-kernwapens “is de vrede beweren en dwang en elke vorm van oorlog voorkomen” (par. 62) De NAVO blijft een afschrikkingsdoctrine hanteren: de kernwapens dienen om de risico’s voor een eventuele agressor onberekenbaar en onacceptabel hoog te maken. Over wie die agressor dan zou kunnen zijn, biedt het Strategisch Concept geen duidelijkheid.

Maar uit vrijgegeven en uitgelekte militaire documenten blijkt dat de VS voor de in Europa gestationeerde kernwapens mogelijk een rol zien in interventies in het Midden-Oosten. Uit documenten van EUCOM (het commando over de in Europa gelegerde Amerikaanse strijdkrachten) blijkt dat EUCOM de kernwapens kan overdragen aan CENTCOM (VS-commando voor het Midden-Oosten), die ze met haar eigen toestellen vanuit Europa kan inzetten. Zo worden de Europese bases gebruikt als vooruitgeschoven opslagplaatsen en uitvalsbasissen naar het Midden-Oosten. Uit documenten van STRATCOM (VS-commando over de kernwapens) blijkt dat er rekening wordt gehouden met het inzetten van kernwapens tegen landen als Noord-Korea, Irak, Iran, Syrië en Libië.

Ook de NAVO-kernwapenstrategie sluit het inzetten van kernwapens tegen een land dat zelf geen kernwapens heeft, niet uit. Tijdens de Koude Oorlog moesten de kernwapens vooral eventuele agressors afschrikken. Wie geen kernwapens bezat, werd ook niet door kernwapens bedreigd. Maar in de jaren negentig gaven de VS een grotere rol aan kernwapens. Ze moesten niet alleen vijanden afschrikken, maar kunnen ook worden ingezet tegen landen waarvan de VS vermoedt dat ze beschikken over massavernietigingswapens. De NAVO heeft in juni 2000 een gelijkaardige doctrine aanvaard in haar geheime militaire strategie MC400/2. Het inzetten van kernwapens, als eerste en tegen landen die zelf geen kernwapens hebben, behoort nu tot de mogelijkheden.

Toch is de militaire rol van de NAVO-kernwapens beperkt. De voornaamste functie is politiek: “Nucleaire strijdkrachten ontplooid in Europa en aan de NAVO toegewezen betekenen een essentiële politieke en militaire link tussen de Europese en de Noord-Amerikaanse leden van de Alliantie.” Het gaat om een intern politiek doel: de cohesie van de NAVO. De plaatsing van kernwapens in Europa moet de aanvaarding van de kernwapenpolitiek van de NAVO weerspiegelen.

Belgisch parlement wil kernwapens weg

In België is er een politieke consensus dat de Amerikaanse kernwapens weg moeten. In 2005 stemden Kamer en Senaat resoluties waarin ze er bij de regering op aandringen “bij de NAVO initiatieven ter sprake te brengen in verband met … de graduele terugtrekking van de Amerikaanse tactische kernwapens uit Europa met het oog op de naleving van artikel VI van het non-proliferatieverdrag”. De resolutie lata nog wat diplomatieke speelruimte door het woord “gradueel”, maar de verwijzing naar art. 6 van het NPT maakt duidelijk dat het einddoel de volledige verwijdering is.

Tot nu legden de bevoegde ministers de resoluties naast zich neer. Initiatieven van de Duitse en Noorse regeringen om de kernwapens binnen de NAVO ter discussie te stellen, konden niet rekenen op de steun van de Belgische regering.


Ontwapening, het kan!

Een kernwapenvrije wereld is geen utopie maar een realiseerbaar doel. Al in de Koude Oorlog werden akkoorden gesloten om het aantal kernwapens onder controle te brengen. Verschillende landen hadden kernwapens, maar deden er weer afstand van. En in een modelverdrag staat uitgetekend hoe de volgende stappen er uit zouden kunnen zien.

Het goede voorbeeld

Verschillende landen die in het bezit waren van kernwapens of bezig waren ze te ontwikkelen kozen er toch voor zonder kernwapens verder te gaan.

Zo deden Argentinië en Brazilië verregaand onderzoek naar de ontwikkeling van kernwapens. Brazilië beschikt ook over geavanceerde nucleaire technologie en was in staat op relatief korte termijn kernwapens te ontwikkelen. In 1990 tekenden beide landen een overeenkomst waarin ze beloven de technologie niet voor militaire doeleinden te gebruiken. Ook Libië begon in 2003 aan de ontmanteling van zijn kernwapenprogramma.

Zuid-Afrika beschikte in de jaren tachtig over een beperkt kernarsenaal, maar ontmantelde later de kernkoppen en tekende in 1991 het NPT.

Toen de Sovjet-Unie in 1990 uit elkaar viel, erfden de nieuwe republieken Kazachstan, Wit-Rusland en Oekraïne duizenden Russische kernkoppen, die op hun grondgebied gestationeerd waren. Ze kozen er voor daar afstand van te doen en niet tot de nucleaire club toe te treden.

Kernwapenarsenalen gereduceerd

Kort na de Tweede Wereldoorlog al werden binnen de VN voorstellen besproken om kernwapens en hun productie-apparaat onder internationale controle te stellen. Het wantrouwen tussen de VS en de Sovjetunie en de daaruit voortvloeiende Koude Oorlog deden deze besprekingen mislukken. Een nucleaire wapenwedloop was het gevolg. De enige wapenbeheersingsovereenkomsten die in de jaren ‘60 afgesloten werden, waren er dan ook vooral op gericht om proliferatie te vermijden en het nucleaire monopolie te bewaren: het Non-Proliferatieverdrag en het Partial Test Ban Treaty (‘partieel’, omdat het ondergrondse atoomproeven nog toelaat).

Vanaf de tweede helft van de jaren ‘60 drong de gedachte breder door dat een nucleaire oorlog niet te winnen was en maar beter vermeden kon worden. De afschrikkingsdoctrine werd dominant: in die visie zijn kernwapens geen oorlogswapens, maar dienen ze om de tegenstander te intimideren. De tijd was rijp voor akkoorden die aan het aantal kernwapens grenzen oplegden.

De SALT-verdragen legde beperkingen op aan het aantal strategische of intercontinentale dragers van kernwapens. In dezelfde periode tekenden de VS en de Sovjetunie het ABM-verdrag (Anti Ballistic Missile Treaty), dat systemen van rakettenverdediging verbiedt, op een beperkte bescherming na. Op die manier stelden ze zich beiden bewust kwetsbaar op om een verdere wapenwedloop te voorkomen. Reagan ontwikkelde echter plannen die tegen het verdrag ingingen. In 2001 besloot Bush tot de ontplooiing van een rakettenverdedigingssysteem voor de hele VS en zegde hij het ABM-verdrag op.

Pas met het aantreden van Gorbatsjov was er voldoende vertrouwen om te beginnen met echte nucleaire ontwapening. In 1987 tekenden Reagan en Gorbatsjov het INF-verdrag (Intermediate-Range Nuclear Forces). Het verdrag maakte een einde aan de wapenwedloop met tactische kernwapens in Europa. De VS trokken daarop de Pershing- en kruisraketten terug, waarvan er ook in Florennes 20 gestationeerd waren. Dit was het eerste akkoord dat tot een echte ontwapening van enige omvang leidde.

Op een doorbraak was het wachten tot de val van de Berlijnse muur en het einde van de Koude Oorlog. Begin jaren ‘90 werden de START-verdragen gesloten, waarmee ook een reductie van het aantal strategische wapensystemen èn van de kernkoppen bereikt werd.

Dit gaf ook wereldwijd een impuls voor nucleaire ontwapening. Op de NPT Review Conference van 1995 werd de looptijd van het Non-Proliferatieverdrag voor onbepaalde tijd verlengd en werd een programma voor nucleaire ontwapening afgesproken. Het Alomvattend Teststopverdrag (CTBT) werd onderhandeld en verschillende nieuwe kernwapenvrije zones kwamen tot stand.

Eind jaren ‘90 raakt die dynamiek echter weer in het slop. India en Pakistan verwerven kernwapens. De Amerikaanse Senaat weigert in 1999 het CTBT te ratificeren. Onder president Bush wordt het START-proces stopgezet. Het krijgt een eindpunt met het SORT-verdrag. Dat voorziet een verdere beperking tot 1700 à 2200 strategische wapensystemen maar zonder afspraken over verificatie en zonder uitzicht op een verdergaand ontwapeningsproces. De VS geeft aan kernwapens een ruimere rol tegen niet-kernwapenstaten en zegt het ABM-verdrag op om een rakettenverdediging mogelijk te maken. Kernwapens worden weer als oorlogswapen aanzien.

Resultaat is dat ook het Non-Proliferatieverdrag onder druk komt te staan.

Stappen naar een kernwapenvrije wereld

Een wereld zonder kernwapens is geen utopie. Het zal tijd en inspanningen vragen, maar het is een realistisch doel. NGO’s, experts en denktanks ontwikkelden verschillende stappenplannen die laten zien hoe de doelstellingen vervat in het NPT zouden kunnen worden gerealiseerd.

In 1997 ontwikkelde een internationale groep juristen een model van Kernwapenconventie (Nuclear Weapon Convention). Costa Rica diende het als voorstel in bij de Algemene Vergadering van de VN. Het model geeft weer via welke maatregelen en afspraken een kernwapenvrije wereld realiteit zou kunnen worden. Het voorziet concrete maatregelen in verschillende fases, en geeft aan hoe het proces gecontroleerd wordt.

In eerste instantie vraagt een kernwapenvrije wereld een aantal juridische normen. Het wordt aan staten verboden om kernwapens te gebruiken, daar mee te dreigen of het voor te bereiden. Daarnaast moet het ontwikkelen, testen, produceren of opslaan van kernwapens verboden worden. Voor chemische wapens is er een gelijkaardig verdrag, Chemical Weapons Convention, dat door bijna alle landen ter wereld ondertekend is. Ook voor kernwapens moet dat mogelijk zijn.

Juridische normen alleen zijn uiteraard niet genoeg. Om te beginnen ontwapenen, moet onder de verschillende partijen voldoende vertrouwen zijn dat iedereen de verdragen respecteert. Dat veronderstelt een uitgebreid verificatieregime, dat mee evolueert met de uitvoering van het verdrag. Niet alleen de vernietiging van de bestaande kernwapens moet onder onafhankelijke controle staan, ook alle onderdelen van het nucleaire complex die essentieel zijn voor de ontwikkeling van kernwapens. Voor dat laatste heeft het Internationaal Atoom Energie Agentschap al heel wat ervaring opgebouwd.

Hoe zou tenslotte de ontwapening – de afbraak van de bestaande voorraden kernwapens – in de praktijk verlopen? Het modelverdrag schetst een mogelijk proces met bijbehorende stappen.

In een eerste fase wordt gewerkt aan transparantie. Alle landen maken aantallen en locaties van kernwapens, dragers, nucleaire materialen en installaties bekend. In de praktijk betekent dat dat kernwapenstaten hun second-strike vermogen (de capaciteit om terug te slaan bij een kernwapenaanval) deels opgeven, omdat de locatie van hun kernwapenonderzeeërs bekend wordt.

Tegelijk wordt de inzetbaarheid van kernwapens verlaagd. Dat gebeurt door ‘de-targeting’ (alle informatie over doelwitten en navigatie wordt uit de kernwapens en hun dragers verwijderd) en ‘de-alerting’ (technische maatregelen vertragen de paraatheid van kernwapens). Op die manier wordt de inzetbaarheid van kernwapens verminderd. Bovendien sluiten alle landen hun installaties voor het testen, onderzoeken en produceren van kernwapens.

In een tweede fase worden kernwapens en hun dragers verwijderd uit hun installaties. Kernraketten zijn dan niet meer op onderzeeërs of in hun lanceersilo’s op land aanwezig en kernbommen worden niet langer bij de bommenwerpers opgeslagen. Vervolgens worden alle kernkoppen van hun dragers (raketten of vliegtuigbommen) losgemaakt. Dat verlaagt opnieuw sterk de inzetbaarheid van kernwapens. Tegelijk worden preventieve controles ingesteld op de voorraden kernkoppen, nucleair materiaal en installaties. Op die manier kan geen enkele kernwapenstaat ongemerkt zijn kernwapens in paraatheid brengen en een andere staat verrassen.

Een derde fase voorziet in de ontmanteling en vernietiging van alle kernwapens, kernkoppen en hun dragers, op een onderhandeld aantal kernkoppen per kernwapenstaat na. Alle voormalige kernwapensites (rakettenlanceerinstallaties, duikboten, …) worden gesloten.

In een vierde fase worden alle kernreactoren die werken op hoog verrijkt uranium of plutonium gesloten of omgebouwd. Alle essentiële nucleaire materialen komen onder strikte en preventieve controle. Het aantal kernkoppen kan verder gereduceerd worden tot een afgesproken aantal. Op het einde van deze fase moet een effectief verificatiemechanisme opgezet zijn dat elke poging om kernwapens te ontwikkelen in een vroeg stadium ontdekt. Tenslotte worden dan de resterende kernkoppen ontmanteld.

Hoe lang dit proces in beslag zou nemen is afhankelijk van het vertrouwen tussen de verschillende partijen en de politieke wil om vooruit te komen. Maar in principe kan het op een tiental jaren afgerond worden.

De Global Zero-campagne stelt een stappenplan voor dat naar een kernwapenvrije wereld moet leiden tegen 2030. In een eerste stap moeten Rusland en de VS hun totale arsenalen reduceren tot maximum 1000 kernkoppen. Tegelijk wordt de basis gelegd voor multilaterale onderhandelingen met alle kernmachten. Intussen moeten andere landen hun nucleaire arsenalen bevriezen. Uiteindelijk moeten bindende afspraken gemaakt worden voor een gefaseerde en proportionele reductie tot nul. Global Zero krijgt de steun van tientallen voormalige staatshoofden en ministers, en heeft dus behoorlijk wat politiek gewicht. Begin februari 2010 wordt op een grote conferentie een gedetailleerde versie van het plan voorgesteld.

Kernwapenvrije zones

Om lokale nucleaire wapenwedlopen te voorkomen werd het instrument van de kernwapenvrije zones in het leven geroepen. Op regionaal niveau sluiten landen een verdrag af waarin het ontwikkelen, het bezit of het laten ontplooien van kernwapens op zijn grondgebied en het gebruik van kernwapens of het dreigen ermee verboden wordt. Aan de kernwapenstaten wordt dan enerzijds gevraagd om dit verdrag niet te ondermijnen, bijvoorbeeld door kernwapens te stockeren in één van de landen van de zone. Anderzijds wordt van hen verwacht te garanderen dat ze geen kernwapens zullen inzetten tegen één van deze staten of daarmee dreigen.

Dergelijke verdragen zijn afgesloten voor Zuid- en Centraal-Amerika (het verdrag van Tlatelolco – 1967), de Zuidelijke Pacific (het verdrag van Rarotonga – 1985, Frankrijk en de VS die vroeger kernwapens testen in dit gebied traden toe in 1996), Zuidoost-Azië (het verdrag van Bangkok – 1995, niet erkend door de kernwapenstaten), Afrika (het verdrag van Pelindaba – 1996). Het verdrag van Antartica uit 1959 verbiedt alle militaire activiteit in het gebied en vormt daarmee ook een kernwapenvrije zone. Bijgevolg is bijna heel het Zuidelijk halfrond onderdeel van een kernwapenvrije zone.

Mongolië heeft zichzelf tot kernwapenvrije zone uitgeroepen en dit is erkend door de kernwapenstaten. Kazachstan, Kirgizië, Turkmenistan, Tadjikistan en Oezbekistan stelden een Centraal-Aziatische kernwapenvrije zone in. Dat verdrag werd in maart 2009 van kracht, zonder erkenning van de kernwapenstaten.


2010: cruciaal voor nucleaire ontwapening

In 2010 zijn er drie belangrijke momenten die beslissend kunnen zijn voor de toekomst van de kernwapens. In de VS loopt een herziening van de kernwapenstrategie. Op de NPT Review Conferentie, in mei 2010, worden afspraken gemaakt over de verdere uitvoering van het Non-Proliferatie Verdrag. En ook NAVO werkt aan een nieuw Strategisch Concept. Die drie processen zullen elkaar wederzijds beïnvloeden en bieden telkens aanknopingspunten om aan te dringen op de verwijdering van de kernwapens uit Europa.

US Nuclear Posture

De Obama administratie werkt aan een nieuwe US Nuclear Posture Review (NPR), een herziening van de Amerikaanse kernwapenstrategie. Daarin worden de bakens uitgezet van de kernwapenstrategie voor de komende 5 tot 10 jaar: welke rol krijgen kernwapens in de militaire strategie? Welke kernwapens worden waar ontplooid?

In het kader van dat herzieningsproces komen de tegenstellingen naar boven tussen stemmen die pleiten voor een agenda van ontwapening, en anderen die op de rem gaan staan. Defensieminister Gates pleit voor de vervanging van bestaande kernkoppen door nieuwe en meer geavanceerde, om een geloofwaardige en betrouwbare nucleaire capaciteit te behouden. Vice-president Biden verzet zich daartegen. Hoewel hij nucleaire ontwapening als einddoel stelt, schijnt Obama zelf de mogelijkheid van nieuwe kernwapens open te houden. “Make no mistake: As long as these weapons exist, the United States will maintain a safe, secure and effective arsenal to deter any adversary, and guarantee that defense to our allies”, zei hij in Praag, april 2009. Mogelijk zal de vervanging van verouderde kernkoppen door nieuwe als pasmunt dienen om voldoende Republikeinen over de streep te trekken om reducties van het kernwapenarsenaal mee goed te keuren.

Het herzieningsproces loopt parallel met de onderhandelingen tussen de VS en Rusland over de opvolger van het START-verdrag over de reductie van het aantal kernwapens. Beide processen zullen elkaar beïnvloeden.

Het resultaat van de Nuclear Posture Review zal de verhoudingen tussen die verschillende posities in de Obama-administratie weerspiegelen. Begin 2010 zou het eindrapport aan het Congres worden voorgelegd.

NPT Toetsingsconferentie

Van 3 tot 28 mei maken op de NPT Review Conference in New York diplomaten, ministers en regeringsleiders afspraken voor de verdere uitvoering van het Non-Proliferatieverdrag.

De vorige toetsingsconferenties, in 2000 en 2005 liepen op een mislukking uit. In 2000 eindigde de conferentie met de belofte van de “13 stappen”, praktische stappen naar nucleaire ontwapening. Het bleef echter bij beloften. In 2005 bleef de conferentie steken in geruzie over de agenda. De kernwapenstaten legden eenzijdig de nadruk op de gevaren van proliferatie en zetten ‘probleemlanden’ als Iran en Noord-Korea in de hoek. Intussen weigerden ze het over de eigen ontwapeningsverplichtingen te hebben.

Op de Toetsingsconferentie in 2010 moeten ernstige stappen vooruit worden gezet en moet men het eens worden over een agenda voor de komende jaren. Als men daar niet in slaagt, is het verdrag op sterven na dood. Sinds het NPT van kracht werd, is de verspreiding van kernwapens toegenomen. De niet-kernwapenstaten zien dat van ontwaping weinig in huis komt: de kernwapenlanden houden vast aan hun monopolie. Tegelijk worden landen als Pakistan, India en Israel, die kernwapens hebben maar het verdrag niet ondertekenden, nauwelijks op de vingers getikt. India krijgt zelfs hulp bij de ontwikkeling van zijn nucleaire industrie, wat het NPT uitdrukkelijk verbiedt. Landen die geen kernwapens hebben zien dus steeds minder de voordelen van het verdrag.

NAVO Strategisch Concept

De NAVO werkt in 2010 aan een nieuw Strategisch Concept. Daarin zit de alliantie uiteen welke rol ze in de wereld wil spelen, wat ze als voornaamste bedreigingen ziet en hoe ze daar op wil reageren. Het huidige Strategisch Concept dateert van 1999 en heeft zijn tijd gehad: de wereld is ingrijpend veranderd en ook de NAVO zelf is geëvolueerd.

Na de NAVO-top in Straatsburg stelde de NAVO secretaris-generaal een ‘Group of Experts’ samen met de taak de discussie te leiden. Van september 2009 tot half februari 2010 organiseren ze vier seminaries, waar een brede waaier aan stemmen worden gehoord. Vervolgens consulteren de experts alle NAVO-lidstaten individueel. De secretaris-generaal maakt dan een eerste voorstel in het najaar van 2010. Op basis daarvan wordt verder onderhandeld over de definitieve tekst. Het eindresultaat zou worden goedgekeurd op een grote NAVO-top in december 2010 of januari 2011 in Portugal.

Onvermijdelijk wordt ook de rol van kernwapens in de NAVO-strategie bediscussieerd. Blijft de NAVO vasthouden aan kernwapens als “noodzakelijk voor onze veiligheid”? Houdt ze de mogelijkheid open om als eerste kernwapens te gebruiken? Of kiest ze er voor het zonder kernwapens te doen? De Duitse regering heeft alvast aangekondigd dat ze in het kader van de discussie over het Strategisch Concept de terugtrekking van de Amerikaanse kernwapens zal vragen. Ook de Noorse regering belooft in haar regeringsakkoord dat ze de rol van kernwapens in de NAVO in vraag zal stellen.

België kijkt de kat uit de boom

In aanloop naar de NPT toetsingsconferentie in mei 2010 groeit in heel Europa de politieke wil om de NAVO-kernwapens weg te krijgen. De nieuwe Duitse regering zet de verwijdering van de Amerikaanse kernwapens in het regeerakkoord. De Noorse regering engageert zich om het debat binnen de NAVO te starten. Franse prominenten breken een lans voor nucleaire ontwapening. En België? Vredesactie had in november jl. een gesprek met Minister van Buitenlandse Zaken Leterme. De Belgische regering laat het voorlopig aan de Duitse regering over om de kastanjes uit het vuur te halen.

Ook al is de politieke ruimte voor een eenduidig pleidooi voor nucleaire ontwapening nog nooit zo groot geweest, België heeft duidelijk koudwatervrees om de NAVO-kernwapens ter discussie te stellen. Van een engagement om ontwapeningsinitiatieven te ondersteunen en van de NPT Toetsingsconferentie een succes te maken, is weinig te merken.

Waar wachten we nog op? Willen we de kernwapens uit Kleine Brogel weg, dan moet de Belgische overheid nu initiatieven nemen. Het is nu of nooit.


2010: NUCLEAIRE ONTWAPENING IN ACTIE

De afgelopen jaren drongen duizenden mensen burgerlijk ongehoorzaam de basis van Kleine Brogel en het NAVO-hoofdkwartier in Brussel binnen. Tijdens klachtendagen legden Bomspotters duizenden officiële klachten neer tegen de NAVO-kernwapenpolitiek. In 2005 stemde het Belgische parlement een resolutie waarin het de verwijdering van de kernwapens vraagt. Onze regering legde dit allemaal koppig naast zich neer. Tot vandaag namen onze ministers geen enkel initiatief om de illegale kernwapenstrategie af te bouwen.

Doe-het-zelf-acties

Wij zitten zelf niet mee aan de onderhandelingstafel. Wij kunnen geen nieuwe verdragen afsluiten, maar we kunnen wel verhinderen dat de illegale kernwapenakkoorden in stilte, ver van enige openbaarheid, verder worden uitgevoerd. Wij kunnen er voor zorgen dat onze ministers móeten reageren.

We brengen de kennis en ervaring van 10 jaar Bomspotting in de praktijk. We weten waar de kernwapens liggen, hoe ze zijn beveiligd, wie ze beveiligt, en welke logistieke en politieke structuur de kernwapenpolitiek in stand houdt. We weten waar we acties kunnen ondernemen, hoe we acties moeten aanpakken en welke acties effect hebben.

Eén dag is niet genoeg, hoe massaal ook. Geweldloze acties moeten non stop de werking van de kernwapenbasis hinderen. Van december 2009 tot aan de NPT-conferentie in mei 2010 roepen we Bomspotters van overal te lande op om op eigen houtje naar Kleine Brogel te komen om geweldloos de basis te betreden, te verstoren en de lekke beveiliging te omzeilen.

3 april 2010: Europese actiedag tegen kernwapens
   3 april 2010, éen maand vóór de NPT Review Conference wordt er massaal actie gevoerd aan elke Europese NAVO-kernwapenbasis
in Duitsland, Nederland, Frankrijk, Italië, Turkije, Groot Brittanië en België. In België trekken honderden bomspotters naar de Kleine Brogel.
Een grote actie van burgerlijke ongehoorzaamheid zal de militaire basis platleggen. 
 
 Links:

www.globalzero.org

www.nonukes.nl

www.armscontrol.org

www.fas.org

www.abolition2000.org